Laatst bijgewerkt:
Alle Codex-commands, subcommands, flags en sneltoetsen, met voorbeelden
Codex bestuur je met vier tekens: een slash voor commands, een apenstaartje voor bestanden, een dollarteken voor apps en skills en een uitroepteken voor je shell. Daaromheen zit een CLI met een eigen set subcommands, globale vlaggen die bepalen wat de agent op je schijf mag, en sneltoetsen die je merkbaar tijd schelen. Deze pagina is het volledige naslagwerk: alle 55 slash commands die in de broncode staan, met hun letterlijke omschrijving, hun platformbeperking en een concreet gebruiksmoment, plus de composer-syntax, de manier om eigen commando's te bouwen en een eerlijke lijst van wat er hernoemd of verdwenen is. Elk command is nagelezen in codex-rs/tui/src/slash_command.rs, niet alleen in de documentatie.

De basis
Vier tekens besturen Codex: /, @, $ en !
Alles wat je in Codex kunt aansturen zonder een zin te typen, hangt aan vier tekens. Ze werken alle vier op dezelfde plek: het eerste teken dat je in de composer typt bepaalt welk menu opengaat. Wie deze vier kent, hoeft de rest van deze pagina alleen nog als naslagwerk te gebruiken.
Het slash-menu bevat meer dan alleen ingebouwde commands
Naast de vaste commands uit de broncode verschijnen er drie soorten dynamische regels in hetzelfde menu. Ten eerste je skills: elke ingeschakelde skill komt in de lijst te staan en is ook aan te roepen met een dollarteken. Ten tweede je oude custom prompts uit ~/.codex/prompts, die als /prompts:naam in de lijst blijven staan zolang ze bestaan. Ten derde de service-tiers van je model: die komen niet uit de commandolijst maar uit de modelcatalogus, en verschijnen direct onder /model. /fast is daar het bekendste voorbeeld van. Beide eigen routes staan uitgewerkt in de sectie Je eigen commando's.
De volgorde in de popup is geen toeval
Boven de commandolijst in slash_command.rs staat letterlijk de instructie om de lijst niet alfabetisch te sorteren, omdat de volgorde van de opsomming de volgorde in de popup is en de meestgebruikte commands vooraan horen. Bovenaan staan dus /model, /ide en /permissions, onderaan de zeldzame en de debug-commands. Handig om te weten als je een command zoekt en denkt dat het niet bestaat: scrollen helpt, of typ gewoon de eerste letters achter de slash.
Hoeveel commands zijn het er precies?
De enum in de broncode telt 55 commands. Wat jij ziet is altijd minder, om drie redenen. Twee commands zitten achter een debug-build (/rollout en /test-approval). Drie commands zijn platformgebonden: /sandbox-add-read-dir alleen op Windows, /app alleen op macOS en Windows, /copy overal behalve Android. En zeven commands zitten achter een feature-flag of een voorwaarde, uitgelegd in de sectie Waarom mist een command. Praktisch komt dat neer op 52 op macOS, 53 op Windows en 51 op Linux, voordat de feature-flags eraf gaan. Elk getal dat je elders leest, telt bijna zeker de aliassen of de debug-commands anders mee.
| Teken | Wat het opent | Voorbeeld |
|---|---|---|
| / | Het commandomenu: alle ingebouwde commands, je ingeschakelde skills en oude custom prompts | /review start een review op je niet-gecommitte werk |
| @ | De bestandszoeker van je workspace; het gekozen pad gaat als context mee | @src/checkout.ts waarom faalt de validatie bij lege input? |
| $ | Apps (connectors) en skills die je expliciet aanroept | $github maak een issue van de bug hierboven |
| ! | Je shell, binnen de sandbox- en goedkeuringsinstellingen die op dat moment gelden | !npm test |
Omgevingen
Waar Codex-commands werken: terminal, IDE, desktop en cloud
Codex draait op vier plekken, en de commandolijst verschilt per plek. OpenAI zegt daar zelf alleen over dat de beschikbare commands varieren op basis van je omgeving en je toegang; een officiele tabel per omgeving bestaat niet. Wat wel vaststaat, is welke set waar hoort.
Op chatgpt.com werken deze commands niet
De webversie heeft een eigen composer-menu met instellingen-snelkoppelingen (model kiezen, dicteren, tijdelijke chat). De officiele documentatie is er duidelijk over dat de Codex-commands niet gelden voor ChatGPT op het web. Zoek je /plan of /review op chatgpt.com, dan zoek je in de verkeerde omgeving. Het complete overzicht van web, desktop en VS Code staat op Slash commands in ChatGPT; deze pagina gaat over de terminal.
Nog geen Codex geinstalleerd?
De CLI installeer je in een paar minuten en werkt met hetzelfde ChatGPT-account waar je al mee inlogt. De stappen per besturingssysteem, inclusief de IDE-extensie en de desktop-app, staan op Codex installeren. De rest van deze pagina gaat ervan uit dat je een werkende sessie hebt.
| Omgeving | Welke commands | Waar de lijst staat |
|---|---|---|
| Codex CLI (terminal) | De grootste set: 55 slash commands in de broncode, waarvan 51 tot 53 zichtbaar per platform, plus je skills en custom prompts in hetzelfde menu | Deze pagina, secties Sessies tot en met Diagnose |
| ChatGPT desktop-app | 24 officieel gedocumenteerde commands; Codex zit sinds 9 juli 2026 in dezelfde app als Chat en Work | Onze pagina over slash commands in het hele ChatGPT-ecosysteem |
| VS Code-extensie | Vrijwel de hele desktopset in het chatpaneel, plus eigen editor-commands via het Command Palette | Onze pagina over slash commands in het hele ChatGPT-ecosysteem |
| Codex in de cloud | Dezelfde slash commands in de chat zelf; het starten en ophalen gaat via codex cloud en codex apply | De sectie Subcommands op deze pagina |
Sessies
Sessies: starten, splitsen, hervatten en opruimen
Codex bewaart je chats per map. Deze elf commands beheren die lijst. Nieuw sinds eind juli 2026: je geeft een sessie meteen een naam mee. De changelog noemt bij CLI 0.145.0 (21 juli 2026) het benoemen van sessies met /new of /clear, het vastpinnen van belangrijke threads en het wisselen tussen zijgesprekken zonder ze te sluiten; release 0.146.0 (29 juli 2026) bevestigt het benoemen nog eens expliciet.
/new, /clear of /fork: wat kies je?
Kies /new als je onderwerp echt verandert en de oude context alleen maar tokens kost. Kies /clear als je vooral van je scherm af wilt en met een schone lei verder wilt in dezelfde terminal. Kies /fork als je de opgebouwde context juist wilt houden maar twee kanten op wilt: de fork neemt de hele voorgeschiedenis mee, waarna je beide takken los verder werkt. Voor een korte tussenvraag pak je /side of /btw, dat is een tijdelijke aftakking die je hoofdlijn niet raakt. Let op: in zo'n zijgesprek werken nog maar zeven commands, zie Waarom mist een command.
Namen geven loont bij lange klussen
Sessies zonder naam zijn na een dag niet meer uit elkaar te houden. Geef ze bij het starten een naam mee (/new betaalmodule-tests), of hernoem achteraf met /rename. Buiten de chat om beheer je hetzelfde lijstje met de subcommands codex resume, codex archive, codex unarchive en codex delete; die staan in de sectie Subcommands.
| Command | Wat het doet | Wanneer of voorbeeld |
|---|---|---|
| /new | Een nieuwe chat starten tijdens een gesprek | Nieuw onderwerp, schone context: /new refactor-auth |
| /clear | De terminal wissen en een nieuwe chat starten | Ook met een naam: /clear sprint-review |
| /resume | Een opgeslagen chat hervatten | Gisteren halverwege een migratie gestopt, vandaag verder |
| /rename | De huidige thread hernoemen | Zodat je een sessie van drie dagen geleden nog terugvindt |
| /fork | De huidige chat forken | Twee oplossingsrichtingen proberen met dezelfde voorgeschiedenis |
| /side | Een zijgesprek starten in een tijdelijke fork | Een foutmelding uitzoeken zonder je hoofdlijn te vervuilen |
| /btw | Zelfde omschrijving en zelfde gedrag als /side; het is een eigen command in de broncode, geen alias | Kies de naam die je vingers onthouden; beide staan in de popup |
| /archive | Deze sessie archiveren en afsluiten | Klaar voor nu, maar je wilt hem kunnen terugvinden |
| /delete | Deze sessie definitief verwijderen en afsluiten | Een experiment dat niemand hoeft terug te lezen |
| /exit | Codex afsluiten | Kan ook met Ctrl+C |
| /quit | Codex afsluiten; in de broncode delen /quit en /exit letterlijk dezelfde omschrijving | Twee eigen commands, identiek gedrag |
Context
Context en geheugen: wat je doet als het gesprek vol raakt
Elke Codex-sessie heeft een eindig contextvenster. Loopt dat vol, dan wordt de agent trager en vergeetachtiger. Deze zes commands beheren wat er in dat venster zit en wat Codex over sessies heen onthoudt.
Compacten is samenvatten, geen backup
Bij /compact vat Codex het gesprek samen en gooit het de rest weg. Details die je later nog nodig hebt (een exacte foutmelding, een besluit over de aanpak) kunnen dus verdwijnen. Zet zulke dingen daarom in je projectbestand of in de opdracht zelf voordat je compact. Is het onderwerp echt afgerond, dan is /new schoner dan /compact: dat begint zonder samenvattingsruis.
Context toevoegen doe je gerichter dan je denkt
Een hele map meesturen kost veel tokens en levert zelden beter werk. Wijs met @ het bestand aan waar het om draait, of stuur met /ide precies de regels mee die je in je editor hebt geselecteerd. Werk je met een repo die Codex vaker ziet, dan is een AGENTS.md-bestand (te genereren met /init) de goedkoopste manier om projectafspraken permanent mee te geven.
| Command | Wat het doet | Wanneer of voorbeeld |
|---|---|---|
| /compact | Het gesprek samenvatten om te voorkomen dat je tegen de contextlimiet loopt | De sessie wordt traag of loopt tegen de contextlimiet |
| /status | De huidige sessieconfiguratie en het tokengebruik tonen | Checken welk model, welke sandbox en welk goedkeuringsniveau actief zijn |
| /usage | Je accountverbruik bekijken of een usage-limit-reset inzetten | Zit achter een voorwaarde: je hebt er Codex-accountauthenticatie voor nodig |
| /memories | Instellen hoe geheugen gebruikt en aangemaakt wordt | Klantwerk waarbij je niets wilt laten blijven hangen |
| /mention | Een bestand noemen | Sneller: typ @ gevolgd door een stuk van de bestandsnaam |
| /ide | Je huidige selectie, open bestanden en andere context uit je IDE meesturen | Je zit in je editor en wilt niet uitleggen waar je naar kijkt |
Sturen
Model, plan, doel en toon: waar je aan draait
Deze vijf commands bepalen hoe Codex denkt en antwoordt. Ze werken per chat, dus je kunt binnen dezelfde sessie opschalen voor een lastige analyse en daarna weer terugschakelen voor het opruimwerk.
Eerst plannen, dan het doel zetten
De officiele documentatie adviseert om /plan te gebruiken om het doel te vormen en daarna pas /goal te zetten. Dat is niet ceremonieel: een doel dat je in een halve zin formuleert, wordt vaak anders uitgelegd dan je bedoelt. Laat Codex eerst het plan opschrijven, corrigeer dat plan, en zet daarna het doel. Bij langere klussen is dit het verschil tussen een agent die de goede kant op werkt en een agent die drie uur de verkeerde kant op werkt.
Fast kost tegoed, denkkracht kost tijd
Er zijn twee knoppen die tegen elkaar in werken. /fast maakt de verwerking sneller maar verbruikt meer van je limiet. De tooltip in de broncode zegt het zelf: gebruik /fast voor de snelste inference, met verhoogd verbruik van je plan. Meer denkkracht via /model levert betere redeneringen maar kost wachttijd. Voor de meeste dagelijkse taken staat de standaardstand prima; zet bewust bij, niet standaard. Wat dat betekent voor je maandlimiet staat op Kosten van Codex.
Waarom /fast anders werkt dan de rest
Alle andere commands op deze pagina staan als vaste regel in de commandolijst van de broncode. /fast niet. Codex bouwt dat command op uit de service-tiers die je model aanbiedt en zet ze direct onder /model in de popup. Gevolg: het command verdwijnt als je naar een model wisselt dat geen fast-tier heeft, en het accepteert geen argumenten achter de naam. Zie je /fast dus niet staan, dan is er niets stuk aan je installatie.
| Command | Wat het doet | Wanneer of voorbeeld |
|---|---|---|
| /model | Kiezen welk model en welke denkkracht (reasoning effort) je gebruikt | Zwaar refactorwerk zwaarder zetten, opruimklusjes lichter |
| /fast | Geen vast command in de enum, maar een service-tier uit de modelcatalogus die vlak onder /model in de lijst verschijnt | Alleen zichtbaar als je model een fast-tier heeft en fast mode aanstaat |
| /plan | Overschakelen naar Plan mode; een prompt mag er direct achteraan | /plan Migreer de auth-module naar de nieuwe API |
| /goal | Het doel voor een langlopende taak zetten of bekijken | /goal Alle deprecated calls vervangen voor vrijdag |
| /personality | Een communicatiestijl voor Codex kiezen | Kort en zakelijk tijdens het werk, uitgebreider tijdens het leren |
Code
Uitvoeren en controleren: review, diff en achtergrondprocessen
Codex schrijft niet alleen code, het draait ook processen. Deze vijf commands laten je zien wat er is veranderd, wat er nog draait en wat er tegengehouden is.
/diff en /review doen niet hetzelfde
/diff is een weergave: je ziet welke regels er veranderd zijn, inclusief nieuwe bestanden die nog niet in git staan. /review is een beoordeling: Codex leest de wijzigingen na en meldt wat er mis is of mist. In de praktijk gebruik je ze achter elkaar. Eerst /diff om te zien of de agent binnen de lijntjes is gebleven, daarna /review om de inhoud te laten controleren. Wil je hetzelfde in een script of een pipeline, dan is codex review het non-interactieve equivalent.
Wat /approve wel en niet doet
De broncode is hier letterlijk over: /approve keurt een herkansing goed na een recente weigering van de auto-review. Het is nadrukkelijk een enkelvoudige goedkeuring, geen schakelaar die de review uitzet. Gebruik het pas als je zelf hebt gekeken waarom de actie tegengehouden werd. Wie het reflexmatig indrukt, heeft de review net zo goed uit kunnen zetten. Wil je juist alle goedkeuringen via die automatische review laten lopen, dan is de vlag --approve-for-me daarvoor bedoeld.
| Command | Wat het doet | Wanneer of voorbeeld |
|---|---|---|
| /review | Je huidige wijzigingen reviewen en problemen vinden | Voor elke commit; non-interactief kan met codex review |
| /diff | De git-diff tonen, inclusief bestanden die nog niet getrackt zijn | Precies zien wat de agent heeft aangeraakt voor je commit |
| /approve | Een herkansing goedkeuren na een recente weigering van de auto-review | In de broncode heet dit command AutoReview; /approve is de naam die je typt |
| /ps | Achtergrondterminals opsommen | Wat draait er eigenlijk nog na een !npm run dev |
| /stop | Alle achtergrondterminals stoppen; /clean is hier een echte alias en verschijnt niet apart in de popup | Opruimen voordat je de sessie sluit |
Permissies
Permissies en sandbox: wat Codex mag zonder te vragen
Dit is het gedeelte waar je het langst bij stil moet staan. Codex draait commando's op jouw machine, en hoeveel het zonder tussenkomst mag, stel je hier in. Er zijn drie commands in de chat en twee vlaggen op de commandoregel die hetzelfde regelen. Twee van die drie commands zie je alleen op Windows, dus op macOS en Linux blijft /permissions over.
De drie sandboxstanden
Op de commandoregel zet je de sandbox met --sandbox (kort: -s). De drie waarden staan als enum in de broncode: read-only (Codex mag lezen, niets wijzigen), workspace-write (schrijven binnen je werkmap) en danger-full-access (geen sandboxbeperking). Voor verkennen en analyseren is read-only genoeg. Voor echt werk is workspace-write de normale stand. De derde stand hoort thuis in een wegwerpomgeving, niet op de laptop waar ook je klantbestanden staan.
De drie goedkeuringsniveaus
Daarnaast bepaalt --ask-for-approval (kort: -a) wanneer Codex je iets vraagt. Ook hier drie waarden uit de broncode, met de toelichting die er letterlijk bij staat: untrusted draait alleen vertrouwde commando's zoals ls, cat en sed zonder te vragen en escaleert bij de rest; on-request laat het model beslissen wanneer het vraagt; never vraagt nooit en geeft mislukte uitvoeringen meteen terug aan het model. De combinatie doet ertoe: never samen met read-only is een prima leesmodus voor een codebase die je nog niet kent, terwijl never samen met danger-full-access betekent dat je niets meer te zeggen hebt over wat er gebeurt.
Een tussenstand die weinig mensen kennen
Naast die twee vlaggen zit er een derde in de broncode: --approve-for-me (alias --not-so-yolo). Die zet je goedkeuringsverzoeken door de automatische review heen en draait daarbij in de workspace-write-sandbox. Praktisch stelt de vlag drie dingen tegelijk in: reviewer op auto_review, goedkeuring op on-request en sandbox op workspace-write. Het is de tussenstand tussen zelf elke vraag beantwoorden en alles uitzetten. Hij botst bewust met --sandbox en met --dangerously-bypass-approvals-and-sandbox, dus combineren kan niet.
Waar dit verder over gaat
Sandboxinstellingen zijn ook een privacy- en compliancekwestie: welke mappen mag de agent lezen, wat gaat er naar OpenAI en wat blijft lokaal. Die kant staat uitgewerkt op Privacy bij Codex. Werk je met klantcode onder een geheimhoudingsafspraak, lees die pagina dan voordat je iets op danger-full-access zet.
| Command | Wat het doet | Wanneer of voorbeeld |
|---|---|---|
| /permissions | Kiezen wat Codex mag doen | Midden in een klus wisselen tussen alleen lezen en schrijven |
| /setup-default-sandbox | De verhoogde agent-sandbox instellen; heet ElevateSandbox in de broncode | Alleen Windows, en alleen als je Windows-sandbox op restricted token draait |
| /sandbox-add-read-dir | De sandbox een map laten lezen; je geeft een absoluut pad mee | Alleen Windows: /sandbox-add-read-dir C:\data\schemas |
Uitbreiden
Uitbreiden: skills, apps, plugins, MCP, hooks en subagents
Codex uit de doos kent je bedrijf niet. Deze acht commands koppelen er kennis, tools en automatismen aan vast. Ze zijn ook de opstap naar je eigen commando's: skills verschijnen namelijk gewoon in hetzelfde slash-menu. Twee ervan (/apps en /plugins) zitten achter een feature-flag en staan dus niet standaard in ieders lijst.
Skills, apps en plugins zijn drie verschillende dingen
Een skill is instructie: een mapje met een SKILL.md waarin staat hoe iets bij jullie hoort te gebeuren. Een app (connector) is een verbinding met een externe dienst, die je met $app-slug in je prompt zet. Een plugin is de verpakking waarmee je skills, hooks en configuratie buiten je eigen repo deelt met anderen. Wat je precies waarvoor gebruikt, staat uitgewerkt op Functies van Codex en, voor de ChatGPT-kant, op Plugins en skills.
AGENTS.md is je goedkoopste stuk context
Met /init zet Codex een AGENTS.md-basisbestand in je map. Wat erin komt bepaal je zelf: buildcommando's, teststrategie, codeconventies, mappen waar de agent van af moet blijven. Het scheelt je iedere sessie dezelfde uitleg opnieuw, en het staat in versiebeheer, dus je hele team profiteert ervan. Doe dit een keer goed en je gebruikt daarna merkbaar minder /compact.
| Command | Wat het doet | Wanneer of voorbeeld |
|---|---|---|
| /skills | Skills gebruiken om Codex bepaalde taken beter te laten doen | Zien wat er in je repo en in je home-map klaarstaat |
| /apps | Apps beheren; de docs voegen toe dat je ze ook vanuit hier invoegt | Daarna invoegen met $app-slug, bijvoorbeeld $github |
| /plugins | Plugins bladeren | Controleren wat je team via een plugin heeft uitgerold |
| /mcp | De geconfigureerde MCP-tools tonen; gebruik /mcp verbose voor details | Uitzoeken waarom een MCP-server geen tools levert |
| /hooks | Lifecycle-hooks bekijken en beheren | Automatische acties rond runs en commits nalopen |
| /agent | De actieve agent-thread wisselen | Het werk van een subagent inspecteren of voortzetten |
| /subagents | Zelfde omschrijving en zelfde gedrag als /agent; ook dit is een eigen command in de broncode, geen alias | Beide staan in de popup, dus je kunt beide typen |
| /init | Een AGENTS.md-bestand aanmaken met instructies voor Codex | De eerste keer dat je Codex op een repo loslaat |
Terminal
De terminal naar je hand zetten: toetsen, thema en statusregel
Zes commands die niets met de agent te maken hebben en alles met de manier waarop jij in de terminal werkt. Ze lijken cosmetisch, maar wie de hele dag in de CLI zit, verdient ze binnen een week terug.
De statusregel is de goedkoopste foutpreventie
De meeste ongelukken met agents beginnen met een verkeerde aanname: je dacht in read-only te zitten, of op het lichte model, of op de verkeerde branch. Zet die velden met /statusline permanent in beeld en dat soort vergissingen verdwijnt vanzelf. Wie liever per sessie checkt, gebruikt /status.
| Command | Wat het doet | Wanneer of voorbeeld |
|---|---|---|
| /keymap | De sneltoetsen van de TUI opnieuw toewijzen | Je aanpassingen belanden in config.toml |
| /vim | Vim-modus voor de composer aan of uit zetten | Voor wie hjkl mist in de invoerregel |
| /theme | Een thema voor syntax-highlighting kiezen | Leesbaarheid in jouw terminalkleuren |
| /title | Instellen welke items in de terminaltitel verschijnen | Vier sessies naast elkaar uit elkaar houden |
| /statusline | Instellen welke items in de statusregel verschijnen | Model, tokens of branch permanent in beeld |
| /raw | Raw scrollback-modus aan of uit zetten, zodat je makkelijk uit de terminal kunt selecteren en kopieren | Output kopieren zonder de opmaak van de TUI |
Diagnose
Overstappen, kopieren en uitzoeken waarom iets niet werkt
Deze acht commands vallen buiten de dagelijkse routine, maar precies daarom is het handig dat je weet dat ze bestaan. Ze gaan over overstappen vanuit een andere tool, output eruit halen en uitzoeken waarom je configuratie zich anders gedraagt dan je verwacht.
Vier commands die je beter met rust laat
De broncode heeft nog vier commands die niet voor jou bedoeld zijn. /debug-m-drop en /debug-m-update staan onder het kopje debugging-commands, maar zijn niet achter een debug-build gezet: ze staan gewoon in jouw popup, met als omschrijving letterlijk "DO NOT USE". Ze horen bij onderhoud aan het geheugen van Codex. /rollout (print het pad van het rollout-bestand) en /test-approval (test een goedkeuringsverzoek) zitten wel achter een debug-build en zie je in een normale installatie dus nooit.
Waarom de lijst niet op alle machines even lang is
Van de 55 commands in de broncode zijn er drie platformgebonden. /sandbox-add-read-dir staat alleen op Windows. /app staat alleen op macOS en Windows. /copy staat overal behalve op Android. Samen met de twee debug-only commands kom je op 52 zichtbare commands op macOS, 53 op Windows en 51 op Linux, voordat de feature-flags uit de volgende sectie er nog eens vanaf gaan.
Overstappen vanuit Claude Code
Het bestaan van /import zegt iets over de markt: OpenAI bouwt een importroute voor mensen die van Claude Code komen. De commandosets lijken op elkaar maar zijn niet inwisselbaar, en de verschillen zitten precies in de namen die je het vaakst typt. Wil je ze naast elkaar zien, dan staat de tegenhanger van deze pagina op Claude Code-commands.
| Command | Wat het doet | Wanneer of voorbeeld |
|---|---|---|
| /copy | Het laatste antwoord als markdown kopieren | Sneller: Ctrl+O. Niet beschikbaar op Android |
| /app | Deze sessie voortzetten in de desktop-app | Alleen op macOS en Windows; op Linux staat het niet in de lijst |
| /import | Je setup, dit project en recente chats uit Claude Code importeren | Overstappen zonder je configuratie opnieuw op te bouwen |
| /experimental | Experimentele functies aan of uit zetten | Iets proberen dat nog niet standaard aanstaat |
| /feedback | Logs naar de maintainers sturen | Een bug melden met de context erbij |
| /debug-config | De configuratielagen en de herkomst van elke eis tonen voor debugging | Uitzoeken welke laag jouw instelling overschrijft |
| /logout | Uitloggen bij Codex | Een gedeelde of tijdelijke machine |
| /pets | Het terminalhuisdier kiezen of verbergen; /pet is hier een echte alias en verschijnt niet apart in de popup | Geen functie, wel echt in de broncode |
Beperkingen
Waarom een command bij jou niet in de lijst staat
De meestgestelde vraag over Codex-commands is niet wat ze doen, maar waarom een command er bij jou niet is. Daar zijn drie oorzaken voor, en alle drie staan ze hard in de broncode. Ten eerste je platform. Ten tweede een feature-flag of een voorwaarde. Ten derde het moment: sommige commands verdwijnen terwijl de agent bezig is of terwijl je in een zijgesprek zit.
Deze commands werken niet terwijl de agent bezig is
De broncode houdt per command bij of je het midden in een lopende beurt mag draaien. Negentien gewone commands mogen dat niet: /new, /clear, /archive, /delete, /fork, /init, /compact, /review, /plan, /import, /memories, /experimental, /keymap, /vim, /theme, /pets, /logout, /setup-default-sandbox en /sandbox-add-read-dir. De twee debug-memory-commands staan ook in die lijst, waarmee het er eenentwintig zijn. Wat wel gewoon werkt tijdens een run: /diff, /status, /usage, /model, /permissions, /ps, /stop, /copy, /goal, /mcp en de rest. Wil je toch een van die negentien inzetten, dan zet je hem met Tab in de wachtrij voor de volgende beurt.
In een zijgesprek blijven er zeven over
Open je met /side of /btw een tijdelijk zijgesprek, dan krimpt het menu tot zeven commands: /copy, /raw, /diff, /mention, /status, /usage en /ide. Alles wat de sessie zelf verandert valt weg, want een zijgesprek is per definitie tijdelijk. Dat is geen bug maar een expliciete lijst in de broncode. Moet je iets doen wat er niet bij staat, sluit dan eerst het zijgesprek.
Zeventien commands accepteren tekst achter de naam
Bij de meeste commands is de naam het hele verhaal. Zeventien nemen ook direct een argument aan: /review, /rename, /new, /clear, /fork, /plan, /goal, /ide, /keymap, /mcp, /raw, /usage, /pets, /side, /btw, /resume en /sandbox-add-read-dir. Daarom werkt "/plan Migreer de auth-module" in een keer, en werkt "/status kort" niet. Aan /fast kun je niets meegeven, omdat dat command uit de modelcatalogus komt en niet uit de commandolijst.
Een grap in de broncode die echt werkt
Codex herkent /goal ook als je er extra letters o in typt. De code strip letterlijk een g aan het begin en al aan het eind, en accepteert alles daartussen zolang het alleen maar o's zijn. /goooooooooooal komt dus gewoon uit op /goal, en er staat een test in de repo die dat bewaakt. Handig is het niet, maar het is wel een goede manier om te controleren of je echt naar de commandolijst kijkt en niet naar een blogpost.
| Command | Verschijnt alleen als |
|---|---|
| /plan | Collaboration modes aanstaan |
| /apps | Connectors aanstaan |
| /plugins | De feature Plugins aanstaat |
| /goal | De feature Goals aanstaat |
| /personality | De feature Personality aanstaat |
| /usage | Je met een Codex-account bent ingelogd; met alleen een API-key valt het weg |
| /setup-default-sandbox | Je op Windows zit en je sandbox op restricted token draait |
| /fast | Fast mode aanstaat en je model een fast-service-tier aanbiedt |
Sneltoetsen
De sneltoetsen die je uren schelen: Tab, Esc Esc en Ctrl+R
De grootste tijdwinst zit niet in nog een command, maar in hoe je de composer bedient terwijl de agent bezig is. Deze toetsen staan in de officiele referentie en worden verrassend weinig gebruikt.
Queuen met Tab: de onderschatte held
De meeste mensen zitten te wachten tot de agent klaar is en typen dan pas hun volgende stap. Dat hoeft niet. Typ /review terwijl Codex nog bouwt, druk Tab in plaats van Enter, en de review start automatisch zodra de huidige beurt af is. Zo rijg je een hele reeks stappen aan elkaar terwijl je zelf iets anders doet. Werkt ook voor gewone prompts en voor shellcommando's met een uitroepteken ervoor.
Esc Esc: terug naar het punt waar het misging
Ging de vorige beurt de verkeerde kant op, dan is doorpraten de duurste oplossing: de foute context blijft namelijk staan. Druk in plaats daarvan twee keer Esc op een lege composer, pas je vorige bericht aan en werk verder vanaf een fork op precies dat punt. Je houdt alles wat wel goed ging en gooit alleen de verkeerde afslag weg.
Sneltoetsen buiten de terminal
De ChatGPT desktop-app waar Codex sinds 9 juli 2026 in zit, heeft een eigen, aanpasbare set: het commandomenu opent met Cmd/Ctrl+K of Cmd/Ctrl+Shift+P, de terminal met Ctrl+` en het sneltoetsenoverzicht met Cmd/Ctrl+Shift+/. Die lijst staat op Slash commands in ChatGPT.
| Toets | Wat er gebeurt |
|---|---|
| Tab (tijdens een run) | Zet je getypte prompt, slash command of shellcommando in de wachtrij voor de volgende beurt |
| Enter (tijdens een run) | Injecteert je instructie direct in de lopende beurt |
| Esc Esc (lege composer) | Bewerkt je vorige bericht en forkt de chat vanaf dat punt |
| Ctrl+R | Zoekt in je prompt-geschiedenis |
| Pijltje omhoog en omlaag | Haalt eerdere concepten uit je draft history terug |
| Ctrl+O | Kopieert het laatste antwoord als markdown; deelt in de broncode dezelfde clipboard-code als /copy |
| Ctrl+L | Wist het terminalbeeld, de chat blijft staan |
| Ctrl+C | Sluit de sessie (hetzelfde als /exit) |
Syntax
De composer-syntax: @ voor bestanden, $ voor apps en skills, ! voor je shell
Naast slash commands kent de composer drie tekens die je midden in een zin gebruikt, plus een streepje dat alleen op de commandoregel bestaat. Ze schelen meer typwerk dan alle commands bij elkaar.
Het verschil met ChatGPT op het web
Op chatgpt.com is @ het universele aanroepteken: bestanden, apps, skills en Custom GPT's zitten allemaal achter dat ene teken. In Codex is de rolverdeling strikter: @ is alleen voor bestanden in je workspace, en apps en skills roep je met $ aan. Wie tussen beide omgevingen heen en weer schakelt, typt dit gegarandeerd een paar keer verkeerd. Het menu dat opengaat verraadt meteen in welke omgeving je zit.
Een uitroepteken is geen ontsnapping uit de sandbox
Een regel die met ! begint, voert je shellcommando uit binnen dezelfde regels die op dat moment gelden. Staat de sandbox op read-only, dan faalt een commando dat wil schrijven, ook al typte je het zelf. Dat is bedoeld gedrag en het is precies waarom je de sandbox laag zet als je alleen aan het verkennen bent. Draaiende processen die je zo start, vind je terug met /ps en stop je met /stop.
| Syntax | Wat het doet | Voorbeeld |
|---|---|---|
| @pad/naar/bestand | Zoekt bestanden in je workspace en voegt het pad aan je prompt toe | @src/checkout.ts kijk naar de validatie van lege waarden |
| $app-slug | Voegt een app of connector in; bladeren doe je met /apps | $github maak een issue van de bug hierboven |
| $skill-naam | Roept een skill expliciet aan in plaats van af te wachten of hij vanzelf aanslaat | $offerte-opvolging schrijf de mail voor de offerte van dinsdag |
| ! aan het begin van een regel | Voert een shellcommando uit onder je huidige sandbox- en goedkeuringsinstellingen | !npm test |
| - als argument | Leest de instructie van standaardinvoer in plaats van uit een argument | git diff | codex review - |

Subcommands
Buiten de chat: alle codex-subcommands
Naast de commands in de chat heeft de CLI subcommands die je vanaf je gewone terminalprompt draait. Dit is de stabiele set, met de officiele omschrijving en de alias waar die bestaat.
De vier die je in scripts gebruikt
In de praktijk draaien de meeste teams maar vier subcommands buiten de chat. codex exec voor alles wat zonder mens moet kunnen ("codex exec 'werk de changelog bij vanaf de laatste tag'"), codex review voor een geautomatiseerde review in een pipeline, codex apply om het resultaat van een cloudchat lokaal binnen te halen, en codex sandbox om zelf een commando te draaien met dezelfde beperkingen als de agent. De rest gebruik je een keer bij het inrichten.
Nog niet stabiel, wel al zichtbaar
Een paar subcommands dragen in de broncode zelf het label experimenteel: codex cloud (taken uit Codex Cloud bekijken en lokaal toepassen, met de oude naam cloud-tasks als alias), codex app-server, codex remote-control en codex exec-server. Daarnaast staat codex debug met de varianten models, app-server en prompt-input, plus twee verborgen varianten voor traces en geheugen. Ze zijn handig om te kennen, maar bouw er geen werkproces op dat morgen moet blijven werken.
En wat je in codex --help niet ziet staan
Drie subcommands zijn in de broncode expliciet verborgen en duiken dus niet op in de helptekst: codex execpolicy (regelbestanden voor het uitvoerbeleid nakijken), codex responses-api-proxy en codex stdio-to-uds. De laatste twee zijn intern. Kom je ze tegen in een tutorial, dan kijk je naar iets wat OpenAI niet als publieke functie ondersteunt.
| Subcommand | Alias | Wat het doet |
|---|---|---|
| codex | geen | Start de interactieve terminal-UI in de huidige map |
| codex exec | e | Draait Codex non-interactief, voor scripts en CI |
| codex review | geen | Draait een code-review non-interactief |
| codex apply | a | Past de laatste diff van de Codex-agent toe als git apply op je lokale werkkopie |
| codex resume | geen | Hervat een eerdere interactieve sessie; standaard met een kiezer, of --last voor de meest recente |
| codex fork | geen | Forkt een eerdere interactieve sessie; ook hier standaard een kiezer of --last |
| codex archive | geen | Archiveert een opgeslagen sessie op id of sessienaam |
| codex unarchive | geen | Haalt een gearchiveerde sessie weer terug, op id of sessienaam |
| codex delete | geen | Verwijdert een opgeslagen sessie definitief, op id of sessienaam |
| codex login | geen | Beheert het inloggen; met --with-api-key of --with-access-token lees je de sleutel van standaardinvoer, en codex login status toont je huidige status |
| codex logout | geen | Verwijdert de opgeslagen inloggegevens |
| codex mcp | geen | Beheert de externe MCP-servers voor Codex |
| codex mcp-server | geen | Start Codex zelf als MCP-server over stdio |
| codex plugin | geen | Beheert plugins: add, list, remove en marketplace |
| codex sandbox | geen | Draait een commando binnen een sandbox van Codex zelf |
| codex app | geen | Start de desktop-app en opent de installer als die ontbreekt; bestaat alleen op macOS en Windows |
| codex doctor | geen | Doorlicht je lokale installatie, configuratie, authenticatie en runtime |
| codex features | geen | Inspecteert feature-flags |
| codex completion | geen | Genereert shell-completion-scripts |
| codex update | geen | Werkt Codex bij naar de nieuwste versie |
Flags
De globale vlaggen en hun waarden
Deze vlaggen werken op de commandoregel, voor of achter je opdracht, en overschrijven wat er in je configuratie staat. De eerste vier bepalen samen hoe vrij de agent op je machine is; die kies je bewust, niet uit gewoonte. De omschrijvingen hieronder komen uit shared_options.rs en cli.rs, niet uit de documentatie.
Drie combinaties die je kunt overnemen
Verkennen zonder risico:
codex --sandbox read-only --ask-for-approval never "leg uit hoe de betaalmodule in elkaar zit"
Normaal werk aan een repo:
codex --sandbox workspace-write --ask-for-approval on-request
Een eenmalige instelling meegeven zonder je configuratie aan te passen:
codex -c model_reasoning_effort=high "analyseer waarom deze test soms faalt"
Vlaggen voor scripts en pipelines
Draai je Codex zonder mens erbij, dan hoort daar codex exec bij plus twee vlaggen die de output bruikbaar maken: --json print de events als JSONL naar stdout, en --output-last-message (kort: -o) schrijft het laatste bericht van de agent naar een bestand. Combineer dat met --sandbox en --ask-for-approval never zodat de run niet blijft hangen op een vraag die niemand beantwoordt. Codex exec heeft nog vier eigen vlaggen die in CI van pas komen: --skip-git-repo-check om buiten een git-repo te mogen draaien, --ephemeral om geen sessiebestanden weg te schrijven, --ignore-user-config om config.toml te negeren en --output-schema om het antwoord aan een JSON Schema te binden.
| Vlag | Waarden | Wat het doet |
|---|---|---|
| --model, -m | Een modelnaam uit je catalogus | Het model dat de agent moet gebruiken |
| --sandbox, -s | read-only, workspace-write of danger-full-access | Kiest het sandboxbeleid voor commando's die het model bedenkt |
| --ask-for-approval, -a | untrusted, on-request of never | Bepaalt wanneer het model menselijke goedkeuring nodig heeft |
| --approve-for-me | Geen waarde; alias --not-so-yolo | Laat goedkeuringen via de automatische review lopen, in de workspace-write-sandbox. Botst met --sandbox |
| --profile, -p | De naam van een profiel | Legt $CODEX_HOME/<naam>.config.toml over je gewone gebruikersconfiguratie heen |
| --config, -c | key=value | Overschrijft een waarde uit ~/.codex/config.toml. Gebruik een puntpad voor geneste waarden; de waarde wordt als TOML gelezen |
| --image, -i | Een of meer bestandspaden, met komma's gescheiden | Hangt afbeeldingen aan je eerste prompt |
| --add-dir | Een pad naar een map | Maakt extra mappen schrijfbaar naast je hoofdwerkmap |
| --cd, -C | Een pad naar een map | Zegt de agent die map als werkroot te gebruiken |
| --search | Geen waarde | Zet live websearch aan: het model krijgt de native web_search-tool zonder goedkeuring per aanroep |
| --oss | Geen waarde | Gebruikt een open-source provider |
| --local-provider | lmstudio of ollama | Kiest welke lokale provider je bij --oss gebruikt |
| --enable / --disable | De naam van een feature, herhaalbaar | Zet een feature aan of uit; gelijk aan -c features.<naam>=true of false |
| --remote | ws://host:poort, wss://host:poort, unix:// of unix://PAD | Verbindt de TUI met een app-server op afstand |
| --remote-auth-token-env | De naam van een omgevingsvariabele | Waar het bearer-token vandaan komt voor die remote app-server |
| --no-alt-screen | Geen waarde | Draait de TUI inline, zodat je terminal-scrollback blijft staan |
| --strict-config | Geen waarde | Faalt met een foutmelding als config.toml velden bevat die deze versie niet kent |
| --dangerously-bypass-approvals-and-sandbox | Geen waarde; alias --yolo | Slaat elke bevestiging over en draait zonder sandbox. Alleen voor omgevingen die van buitenaf al afgeschermd zijn |
| --dangerously-bypass-hook-trust | Geen waarde | Draait hooks zonder de vastgelegde vertrouwensstap. Alleen voor automatisering die haar hook-bronnen zelf al controleert |
Zelf maken
Je eigen commando's: skills nu, promptbestanden nog even
Er zijn twee routes naar een eigen commando in Codex, en OpenAI heeft duidelijk gekozen welke de toekomst heeft. De officiele documentatie zet inmiddels bij custom prompts: "Custom prompts are deprecated. Use skills for reusable instructions that Codex can invoke explicitly or implicitly." Skills zijn sinds 9 juli 2026 algemeen beschikbaar.
Een complete skill om te kopieren
Maak deze twee paden aan:
~/.agents/skills/pr-omschrijving/
~/.agents/skills/pr-omschrijving/SKILL.md
De volledige inhoud van SKILL.md:
---
name: pr-omschrijving
description: Schrijft de omschrijving van een pull request op basis van de diff. Gebruik bij pull requests, PR-teksten, changelog-regels en release-notities.
---
Je schrijft de omschrijving van een pull request voor een Nederlands ontwikkelteam.
Begin met een zin die zegt wat er verandert en waarom.
Daarna een lijst met de belangrijkste wijzigingen per bestand of module.
Sluit af met een testplan van maximaal vijf stappen.
Geen marketingtaal, geen superlatieven, maximaal 250 woorden.
Aanroepen doe je daarna met $pr-omschrijving. Omdat "pull requests" en "PR-teksten" vooraan in de description staan, kan Codex de skill ook uit zichzelf pakken zodra je over een PR begint.
Het oude promptbestand, met alle placeholders
Maak het bestand ~/.codex/prompts/draftpr.md met deze inhoud:
---
description: Schrijft een PR-omschrijving voor een ticket
argument-hint: TICKETNUMMER [FILE=pad]
---
Schrijf een pull-request-omschrijving voor ticket $1.
Als $FILE is meegegeven, beperk je dan tot dat bestand; beschrijf anders de volledige diff.
Sluit af met een kort testplan.
Aanroepen: /prompts:draftpr PI-421 FILE=src/checkout.ts. De placeholders werken zo: $1 tot en met $9 pakken losse argumenten op volgorde, $ARGUMENTS plakt alles in een keer in, een eigen naam in hoofdletters zoals $FILE vul je bij het aanroepen met KEY=value, en $$ levert een letterlijk dollarteken op. Ombouwen naar een skill is klein werk: de promptregels gaan naar de body van SKILL.md en de informatie uit argument-hint gaat naar de description.
Waarom de description belangrijker is dan de body
De body van je skill bepaalt hoe goed het resultaat is, maar de description bepaalt of de skill uberhaupt wordt ingezet. Codex leest alle descriptions en kiest daarop. Schrijf hem dus in de woorden die jij en je collega's gebruiken als het onderwerp langskomt, en niet in de woorden die op de knop in je interne tool staan. Twijfel je of hij aanslaat, roep hem dan gewoon expliciet aan met $naam en kijk of het resultaat klopt.
- 1
Route 1, de aanbevolen weg: een skill. Maak een map met een SKILL.md erin. In de frontmatter staan een name en een description; de description bepaalt of Codex de skill vanzelf inzet, dus zet je triggerwoorden vooraan. Optioneel voeg je scripts/, references/ en assets/ toe, plus agents/openai.yaml voor display_name, icon, dependencies en de instelling policy.allow_implicit_invocation.
- 2
Waar je de map neerzet, bepaalt wie hem ziet. Codex leest skills uit .agents/skills in je huidige map, .agents/skills in de repo-root (dus voor je hele team), ~/.agents/skills (persoonlijk, in elk project) en /etc/codex/skills (systeembreed, door je beheerder gezet). Met /skills zie je wat er op dat moment beschikbaar is.
- 3
Aanroepen doe je met een dollarteken: $skill-naam in Codex, @skill-naam als dezelfde skill in ChatGPT staat. Buiten die expliciete aanroep kan Codex hem ook vanzelf gebruiken, op basis van de description. Wil je hem niet zelf schrijven, dan genereert $skill-creator in de CLI (of @skill-creator in ChatGPT Work) er een voor je.
- 4
Route 2, het promptbestand: werkt nog, maar is deprecated. Een markdownbestand in ~/.codex/prompts met frontmatter, aan te roepen als /prompts:naam in de CLI, de IDE-extensie en de desktop-app. Handig als je er al tientallen hebt, geen goed startpunt meer voor nieuwe.
- 5
Delen buiten je eigen repo gaat via een plugin. Skills die je met meerdere teams wilt delen, verpak je als plugin; installeren en bekijken doe je daarna met codex plugin en /plugins. De achtergrond staat op Plugins en skills.

Oude namen
Hernoemd, vervangen of verdwenen: waar oude tutorials stuklopen
Codex verandert snel, en tutorials van een half jaar oud noemen dus commands die niet meer bestaan. Dit is de vertaaltabel, met de datum waar die vaststaat. Let op het verschil tussen een echte alias (parseert naar hetzelfde command en staat niet apart in de popup) en twee losse commands die toevallig hetzelfde doen (beide staan in de popup). De broncode maakt dat onderscheid heel expliciet.
Waar de twee grootste wijzigingen vandaan komen
De verdwijning van /approvals en de hernoeming van /autoreview naar /approve staan in een gemergde pull request in de Codex-broncode van 4 mei 2026, getiteld "tui: retire /approvals and rename /autoreview to /approve". Dat is de reden dat /approvals geen foutmelding met een verwijzing geeft maar simpelweg niet meer bestaat. In de huidige broncode heet het command intern nog steeds AutoReview, maar de naam die je typt is /approve, en daar staat een test bij die precies dat controleert. De samenvoeging van de Codex-app in de ChatGPT desktop-app staat in de release notes van 9 juli 2026, dezelfde dag waarop de App Directory de Plugin Directory werd en skills algemeen beschikbaar werden.
Waarom dat verschil tussen alias en dubbel command uitmaakt
Bij een echte alias, zoals /clean en /pet, ziet Codex maar een regel in de popup en typ je de tweede naam blind. Bij twee losse commands, zoals /side en /btw of /agent en /subagents, staan er twee regels met dezelfde omschrijving onder elkaar. Dat is geen fout in je installatie en ook geen dubbele functie: het zijn gewoon twee ingangen naar hetzelfde gedrag. Handig om te weten als je de lijst aan het tellen bent of als je collega's een andere naam gebruiken dan jij.
| Oud of alternatief | Nu of canoniek | Wat er precies aan de hand is |
|---|---|---|
| /approvals | /permissions | 4 mei 2026, verwijderd zonder alias |
| /autoreview | /approve | 4 mei 2026, in dezelfde wijziging; in de broncode heet het command nog steeds AutoReview |
| /prompts:naam | Skills, aan te roepen met $naam | Deprecated, werkt nog; geen datum gedocumenteerd |
| /clean | /stop | Echte alias: parseert naar /stop en staat niet apart in de popup. Er is een test in de repo die dit bewaakt |
| /pet | /pets | Echte alias: /pets is de canonieke naam en de enige die je in de popup ziet |
| /subagents | /agent | Geen alias: twee losse commands met exact dezelfde omschrijving, allebei zichtbaar in de popup |
| /btw | /side | Geen alias: ook dit zijn twee losse commands met dezelfde omschrijving, allebei zichtbaar |
| /quit | /exit | Geen alias: twee losse commands die in de broncode dezelfde omschrijving delen |
| /goooooal | /goal | Werkt echt: Codex accepteert elk aantal letters o tussen de g en al |
| codex cloud-tasks | codex cloud | Echte alias op het subcommand; cloud is de naam in de broncode |
| App Directory | Plugin Directory | 9 juli 2026 |
| Codex-app | ChatGPT desktop-app | 9 juli 2026, de oude ChatGPT-app heet nu Classic |

Open punten
Wat we niet met zekerheid konden vaststellen
Deze pagina bevat alleen wat we in de broncode of de officiele documentatie konden nalezen. Twee punten die hier eerder als open stonden, zijn met de broncode opgelost; die staan er ook bij, met wat het antwoord blijkt te zijn. Op drie punten blijft er ruimte, en dat schrijven we liever op dan dat we het gladstrijken.
Opgelost: de sandbox-commands zijn wel degelijk Windows-only
De documentatie noemt zowel /setup-default-sandbox als /sandbox-add-read-dir Windows-only, terwijl de zichtbaarheidsregel in slash_command.rs alleen /sandbox-add-read-dir aan Windows bindt. Dat zag er lang uit als een conflict. Het gaat om twee lagen: het tweede filter zit in de commandopopup, en daar wordt de vlag voor /setup-default-sandbox buiten Windows hard op onwaar gezet. Op Windows verschijnt het command bovendien alleen als je Windows-sandbox op restricted token draait. De docs hebben dus gelijk, en op macOS en Linux zie je het command nooit.
Opgelost: --remote en --oss hebben wel een omschrijving
Eerder stond hier dat we bij --remote en --oss geen omschrijving konden vinden. In de broncode staan ze allebei. --oss gebruikt een open-source provider, met --local-provider ernaast om tussen lmstudio en ollama te kiezen. --remote verbindt de TUI met een app-server op afstand en accepteert ws://host:poort, wss://host:poort, unix:// of unix://PAD, met --remote-auth-token-env voor het token. Beide staan nu gewoon in de vlaggentabel.
Twee commands staan in je lijst die er niet horen
De commands /debug-m-drop en /debug-m-update staan in de broncode onder het kopje debugging-commands, maar anders dan /rollout en /test-approval zijn ze niet achter een debug-build gezet. Ze staan dus in een normale installatie gewoon in je popup, met als omschrijving letterlijk "DO NOT USE". Of dat bewust is of een omissie kunnen wij niet zien. Wat je moet doen wel: laat ze staan.
De officiele lijst loopt achter op de broncode
Bij onze controle van 31 juli 2026 documenteerde de officiele pagina ongeveer 35 CLI-commands, terwijl de broncode er meer bevatte. Bij de controle van 1 augustus stonden onder andere /new, /usage, /theme en /app wel in de docs, maar nog steeds niet alles. De documentatie loopt dus achter op de build en haalt met sprongen in. Daarom telt deze pagina de enum en niet de documentatie. Zie je een command dat jouw sessie niet toont, kijk dan eerst naar de feature-flags in de sectie Waarom mist een command en pas daarna naar codex update.
Beschikbaarheid per omgeving is niet officieel vastgelegd
OpenAI publiceert geen tabel die per omgeving (CLI, desktop-app, IDE-extensie) zegt welk command bestaat. De enige officiele uitspraak is dat de beschikbare commands varieren op basis van je omgeving en je toegang. Voor de CLI konden we het per platform uit de broncode halen; voor de desktop-app en de IDE-extensie is er geen equivalent dat wij kunnen inzien, dus daar leunen we op de losse referentiepagina's.
Geen datum bij de deprecatie van custom prompts
De docs zetten wel een deprecation-melding bij custom prompts en verwijzen door naar skills, maar er staat geen datum bij waarop /prompts:naam stopt met werken. Wij noemen er dan ook geen. Ombouwen kan wanneer het jou uitkomt; wachten tot het breekt is alleen een gok op timing.
FAQ
Veelgestelde vragen
Hoeveel slash commands heeft de Codex CLI?
De commandolijst in de broncode telt vijfenvijftig commands. Wat je ziet is minder. Twee ervan, /rollout en /test-approval, bestaan alleen in debug-builds. Drie zijn platformgebonden: /sandbox-add-read-dir alleen op Windows, /app alleen op macOS en Windows, /copy overal behalve Android. Praktisch kom je zo op tweeenvijftig zichtbare commands op macOS, drieenvijftig op Windows en eenenvijftig op Linux. Daar gaan nog commands vanaf die achter een feature-flag zitten, zoals /plan, /apps, /plugins, /goal en /personality. Bovenop die lijst verschijnen je skills, je oude promptbestanden en de service-tiers van je model als eigen regels in hetzelfde menu.
Waarom werkt /approvals niet meer in Codex?
Het command is op 4 mei 2026 verwijderd en vervangen door /permissions, zonder alias. In dezelfde wijziging is /autoreview hernoemd naar /approve. Beide staan in een gemergde pull request in de Codex-broncode. Oudere tutorials en blogposts verwijzen nog naar de oude namen, wat verklaart waarom je een foutmelding krijgt zonder duidelijke verwijzing.
Waarom staat een Codex-command niet in mijn lijst?
Meestal is er niets stuk. Drie commands zijn platformgebonden: /sandbox-add-read-dir zie je alleen op Windows, /app alleen op macOS en Windows, /copy overal behalve op Android. Acht commands zitten achter een feature-flag of een voorwaarde: /plan bij collaboration modes, /apps bij connectors, /plugins, /goal en /personality bij hun eigen feature, /usage alleen als je met een Codex-account bent ingelogd, /setup-default-sandbox alleen op Windows met een sandbox op restricted token, en /fast alleen als je model een fast-tier heeft. Daarnaast verdwijnen negentien commands zolang de agent bezig is, en krimpt het menu tot zeven commands zodra je in een zijgesprek zit. Pas als niets daarvan opgaat, is codex update de volgende stap.
Wat zijn /debug-m-drop en /debug-m-update in Codex?
Twee commands voor onderhoud aan het geheugen van Codex die in de broncode letterlijk de omschrijving DO NOT USE dragen. Anders dan /rollout en /test-approval zitten ze niet achter een debug-build, dus ze staan gewoon in de commandolijst van een normale installatie. Ze zijn niet voor eindgebruikers bedoeld en er is geen gedocumenteerd nut. Laat ze staan.
Wat is het verschil tussen /permissions en de vlag --sandbox?
Ze regelen twee verschillende dingen die samen bepalen hoe vrij de agent is. Met --sandbox stel je in wat Codex op je schijf mag: read-only, workspace-write of danger-full-access. Met --ask-for-approval stel je in wanneer Codex je iets vraagt: untrusted, on-request of never. Het command /permissions is de manier om dat soort instellingen midden in een sessie te wijzigen zonder de CLI opnieuw te starten.
Hoe zet je een command in de wachtrij terwijl Codex nog bezig is?
Typ het command en druk Tab in plaats van Enter. Codex zet het dan klaar voor de volgende beurt en voert het uit zodra de huidige beurt klaar is. Druk je juist Enter tijdens een run, dan injecteer je de instructie direct in de lopende beurt. Beide werken ook voor gewone prompts en voor shellcommando's die met een uitroepteken beginnen.
Hoe ga je in Codex terug naar een eerder bericht?
Druk twee keer op Esc terwijl de composer leeg is. Je kunt dan je vorige bericht bewerken, en de chat forkt vanaf dat punt verder. Dat is bijna altijd beter dan doorpraten na een verkeerde afslag, omdat de foute context anders in het gesprek blijft staan en het model blijft beinvloeden. Met Ctrl+R zoek je in je promptgeschiedenis en met de pijltjestoetsen haal je eerdere concepten terug.
Wat doet een uitroepteken aan het begin van een regel?
Dan voert Codex de rest van de regel uit als shellcommando, bijvoorbeeld !npm test. Dat gebeurt binnen de sandbox- en goedkeuringsinstellingen die op dat moment gelden, dus een schrijfactie faalt gewoon als je in read-only staat. Processen die je zo start en die blijven draaien, zie je terug met /ps en stop je allemaal tegelijk met /stop.
Wat betekenen @ en $ in Codex?
Met @ zoek je bestanden in je workspace en voeg je het pad als context toe aan je prompt. Met $ roep je apps en skills aan: $app-slug voegt een connector in, bijvoorbeeld $github, en $skill-naam roept een skill expliciet aan. Let op het verschil met ChatGPT op het web, want daar is @ juist het universele teken voor bestanden, apps, skills en Custom GPT's.
Hoe maak je een eigen Codex-commando?
De aanbevolen route is een skill: een map met een SKILL.md waarin een name en een description in de frontmatter staan. Zet die map in ~/.agents/skills voor jezelf of in .agents/skills in je repo voor je team, en roep hem aan met $naam. De description bepaalt of Codex de skill ook uit zichzelf inzet, dus zet je triggerwoorden vooraan. Wil je hem niet zelf schrijven, dan genereert $skill-creator er een voor je.
Werken custom prompts met /prompts:naam nog?
Ja, promptbestanden in ~/.codex/prompts werken nog in de CLI, de IDE-extensie en de desktop-app, maar de officiele documentatie draagt er een deprecation-melding bij en verwijst je door naar skills. Een datum waarop ze stoppen met werken is niet gedocumenteerd. Ombouwen is klein werk: de promptinhoud gaat naar de body van SKILL.md en de argument-hint-informatie gaat naar de description.
Wat is het verschil tussen /new, /clear, /fork en /side?
Met /new start je een nieuwe chat tijdens een gesprek, met een schone context en desgewenst meteen een naam. Met /clear wis je de terminal en start je een nieuwe chat. Met /fork kopieer je de huidige chat inclusief voorgeschiedenis, zodat je twee richtingen parallel kunt uitwerken. Met /side start je een zijgesprek in een tijdelijke fork, voor een korte tussenvraag zonder je hoofdlijn te raken. Let op: /btw is geen alias van /side maar een eigen command met precies dezelfde omschrijving, dus je ziet beide in de lijst staan. In zo'n zijgesprek blijven maar zeven commands over: /copy, /raw, /diff, /mention, /status, /usage en /ide.
Hoe draai je Codex zonder interactie, bijvoorbeeld in CI?
Daarvoor is codex exec, met de alias e. Je geeft de opdracht als argument mee en de run stopt vanzelf. Voor scripts zijn twee vlaggen handig: --json geeft regelgewijze JSON-events die je kunt verwerken, en --output-last-message schrijft het laatste antwoord naar een bestand. Combineer dat met --sandbox en --ask-for-approval never, zodat de run niet blijft wachten op een vraag die niemand beantwoordt. Voor een geautomatiseerde review bestaat codex review.
Wanneer gebruik je /compact?
Als de sessie lang wordt, trager voelt of tegen de contextlimiet loopt. Codex vat het zichtbare gesprek dan samen en maakt tokens vrij. Houd er rekening mee dat details kunnen verdwijnen, dus zet belangrijke besluiten en foutmeldingen ergens vast voordat je compact. Is het onderwerp echt afgerond, dan is /new schoner: dat begint zonder de ruis van een samenvatting.
Zijn Codex-commands hetzelfde als die van Claude Code?
Ze lijken op elkaar maar zijn niet inwisselbaar. Beide tools gebruiken een slash voor commands, een apenstaartje voor bestanden en een uitroepteken voor de shell, maar de namen en de dekking verschillen, en Codex gebruikt daarnaast het dollarteken voor apps en skills. Codex heeft wel een importroute: met /import haal je je Claude Code-setup, projectbestanden en recente chats binnen.
Werken deze commands ook op chatgpt.com?
Nee. De officiele documentatie zegt dat de Codex-commands niet gelden voor ChatGPT op het web; daar heeft de composer een eigen menu met instellingen-snelkoppelingen zoals model kiezen, dicteren en tijdelijke chat. De ChatGPT desktop-app heeft wel agentcommando's, 24 officieel gedocumenteerde, en de VS Code-extensie draait vrijwel dezelfde set in het chatpaneel.
Bronnen
Bronnen die we bijhouden
Elke claim op deze pagina is te herleiden; de officiële artikelen zijn op de bijwerkdatum nagelezen.
Officiële documentatie
- Developer commands (CLI)De hoofdbron: slash commands, subcommands, vlaggen en syntax.
- Slash commands-referentieDe 24 commands van de ChatGPT desktop-app.
- Commands en sneltoetsenDe interactieve sneltoetsen en het commandomenu.
- Skills bouwenSKILL.md, de scanlocaties en de skill-creator.
- Custom prompts (deprecated)De oude /prompts-route met alle placeholders.
- Codex changelogWaar we de wijzigingen in 0.145.0 en 0.146.0 vonden.
- slash_command.rs (de commandolijst zelf)Alle 55 commands, hun omschrijving, aliassen en platformbeperkingen.
- bottom_pane/slash_commands.rsDe feature-flags en /fast als service-tier uit de modelcatalogus.
- cli/src/main.rs (de subcommands)Elk codex-subcommand met alias, experimenteel-label en verborgen status.
- utils/cli/src/shared_options.rs (de vlaggen)De globale vlaggen met hun letterlijke omschrijving en aliassen.
- Pull request 21034Het bewijs voor /approvals en /autoreview.
Verdieping op Project Impact
Sneller werken met commands en eigen skills?
In de masterclass bouwt je team zijn eerste eigen commando's. Vanaf €1.397.